Bij de deur wachtte ons een olijk dikkerdje op, zo'n Michelinmanneke.
Je mag mensen nooit op hun uiterlijk beoordelen maar sport associeer je nu eenmaal met afgetrainde lijven.
We waren met 22, zonder piste-ervaring en we waren er niet gerust op.
Het mannetje straalde alles uit van een gemeentewerker, iemand van de plantsoendienst.
Volgt u mij maar, zei hij gemakkelijk.
Coaches hebben een gedecideerde tred. Voorwaarts, mars. Hij stapte in de breedte, als de slinger van een klok.
Zoveel traagheid in een tred doet je de tijd fysiek beleven. Eindelijk in het rennerskwartier omgeven door het houten ovaal!
Verdeel jullie in twee groepen, gebood het mannetje verder zonder verpinken, de eerste groep komt met mij mee, de tweede gaat zitten... en blijven zitten! Spontaan stoven de youngsters, de vermetelen, achter hem aan. Ontroerend hoe de oudjes,
de bedachtzamen, al even spontaan bijeen kropen en bijna honds op hun stoel gingen zitten wachten, de blik op de steile wand van de piste voor hen. Als dit maar goed afloopt!
God, dit waren Jezuïetentruken. Verdeel de klas in twee: de Romeinen versus de Carthagers.
Meteen heb je oorlog, competitie, uitdaging, overgave.
De eerste groep leerde op- en afstappen, rondjes draaien op de begane grond, rijden met een lastige fiets.
De man sprak gemoedelijk zoals je tegen je buur praat over het weer bij valavond.
Hij maakte geen wind, gebruikte grote noch gevaarlijke woorden. Met sprekend gemak deed groep twee de oefening over
terwijl een ongeduldige groep één zich weer mocht opladen op zijn stoel. We verbaasden elkaar.
Uiteindelijk coachte hij alleen nog met zijn handen. Rechts, naar de koord, links, naar de piste, molenwiekend, voor meer snelheid. We oefenden stuurvaardigheid in een zigzagbeweging, op de lichtblauwe strook gingen we al 'een beetje' van de grond. We fietsten rond hem tot hij ons met één gebaar de piste opduwde, zoals je een kind loslaat bij het lopen, het fietsen.
Voor je 't goed en wel besefte, hing je in de ton, reed je rond in je eigen sensatie.
De meester-instructeur leunde tevreden achterover op de balustrade. Zo 'n man kalkt de lijnen van het speelveld, zo'n man brengt een vliegtuig vol lastige Libiërs tot stilstand op de tarmac.
Op de piste rijd je in formatie. Niks daarvan. Het is vlammen, kicken en genieten. Die eerste keer, nietwaar.
Het is proeven van het Illio-gevoel, maar sport haalt het algauw van de show. Je trapt een 52-16.
Het is rood aanlopen, verzuren en verdorsten. Uiteindelijk,en dat is de pointe van de piste, kom je naar beneden.
Tien minuten voor tijd haalde hij ons van de fiets. Hij weet wanneer het moe worden, het vallen begint.
De ego's zwijgen, de hele namiddag al. Assertiviteit, verdampt.
Ik wil hem bedanken. Hij kijkt me aan met zijn alledaagse zelve. Ik knipoog, beteken, bezegel. Mensen van de oude school. Geen gezeik, geen gefeedback. Het zijn de sans-papiers, de outlaws van de moderniteit, mijnheer.
Ik verdenk hem ervan Eddy of Freddy te heten. Roger moet ook nog kunnen.We moeten, we hebben de verdomde plicht
onze wielerhelden in ere te houden.
Sport, psychologie en pedagogie, je kan daar dikke boeken over raadplegen.
Je kan ook in 20 minuten op de piste leren rijden.
Bekijk de foto's...