ADHD

Wat is ADHD?

ADHD staat voor “Attention Deficit Hyperactivity Disorder”.
Tegenwoordig wordt dit meer en meer beschouwd als een leerstoornis en niet als een gedragsprobleem.

Drie tot vijf procent van de schoolgaande jeugd heeft te maken met ADHD!

Drie soorten ADHD.

Iedere jongen of meisje heeft zijn eigen typische problematiek, alhoewel er meer jongens (80%) dan meisjes zijn.

Toch zijn er drie grote types:

  1. Het onoplettende type;
  2. Het impulsieve type;
  3. Het gecombineerde type.

ADHD komt zelden alleen voor, het is dikwijls gecombineerd met ernstige gedrags-problemen:

- Oppositioneel - opstandig gedrag (vertonen een openlijk negatief gedrag.)
- Antisociaal gedrag : overtreden voortdurend de sociale regels en hebben zelden spijt.)
- Dikwijls ook andere leerproblemen : dyslexie, dyscalculie, faalangst.
- Ongeveer 20% heeft “tics” : ze maken brommende geluiden, ze moeten eerst tien keer opstaan voordat ze kunnen beginnen werken.
- Ze verzamelen vooral de negatieve verhalen over gemiste kansen.

Hoe kan men ADHD opmerken?

  1. Luistert slecht.
  2. Kan zich moeilijk aan regels en afspraken houden.
  3. Heeft een hekel aan huiswerk, saaie klussen.
  4. Kan heel moeilijk zelfstandig werken.
  5. Werkt heel snel en raakt het snel beu.
  6. Doet van alles tegelijk en werkt niets af.
  7. Kan niets in orde houden.
  8. Is altijd alles kwijt of vergeten.
  9. Is vaak te laat en onvoorbereid.
  10. Is altijd bezig.
  11. Alles moet direct gebeuren.
  12. Reageert vaak hevig en ondoordacht.
  13. Draaft steeds maar door, kan niet stoppen.
  14. Maakt domme fouten (vult vragen niet in).
  15. Kan zijn aandacht niet bij de les houden.
  16. Vergeet regelmatig boeken, taken, materiaal.
  17. Dient taken te laat of niet in.
  18. Verliest regelmatig dingen.
  19. Moet lang naar dingen zoeken.
  20. Zit altijd te wriemelen of te prutsen.
  21. Kan niet tot rust komen.
  22. Antwoordt zonder eerst zijn vinger op te steken.
  23. Is al bezig voor de start.
  24. Geeft ongepaste commentaar.
  25. Houdt zich niet aan afspraken.
  26. Presteert heel wisselvallig.
  27. Presteert beneden de verwachtingen.
  28. Watervalleerling.
  29. Heeft weinig sociale contacten (ligt altijd met iedereen overhoop).

Welke zijn de criteria?

  1. Er is een hardnekkig patroon.
  2. Blijven dan na dag terugkomen.
  3. Treden op in verschillende contexten.
  4. Belemmeringen her normaal werken.
  5. Hebben geen andere verklaring.
  6. Sommige symptomen zijn reeds lang aanwezig.

Wat wij kunnen doen.

Alles wat wij doen gebeurt in samenspraak met de externe hulpverlening.
Wij pakken vooral de coaching aan: het verlenen van steun en hulp, een kader waarbinnen je kan werken.

ADHD is een levenslang probleem.

  1. Leren plannen.
  2. Leren ordenen.
  3. Leren studeren.
  4. Leren problemen oplossen.
  5. Leren je impulsen beheersen.
  6. Benadrukken van een positief zelfbeeld en de aanvaarding van je probleem.